X
03aug

Farmaceuten als monopolisten: hoe risicovol is dat?

Communicatie GvRM | Bekeken (39) | TERUG|

Recent heeft de Italiaanse farmaceut Leadiant een boete van bijna 20 miljoen euro gekregen van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De reden van de boete is het machtsmisbruik van Leadiant, waarbij het bedrijf zich volgens ACM schuldig maakt aan het verrijken van zichzelf ten koste van patiënten. Terwijl het betreffende medicijn, CDCA-Leadiant tegen de zeldzame stofwisselingsziekte CTX, exact hetzelfde bleef, veranderde de farmaceut de prijs ervan van 46 euro naar 14.000 euro in ongeveer tien jaar. Deze enorme prijsstijging is mogelijk door de positie van Leadiant als monopolist.

Monopolies op medicijnen

Hoe werkt dat precies? Wanneer bedrijven een nieuw medicijn ontdekken of kopen van onderzoekers, dan is het mogelijk dat medicijn te patenteren. Dat houdt in dat de farmaceut een alleenrecht heeft op het medicijn en andere partijen dus niet eenzelfde medicijn mogen produceren en/of verkopen. Zo’n patent is vaak tot wel 20 jaar geldig.

Het gevolg daarvan is dat de farmaceut de enige partij op de markt is met het medicijn en een monopolistische positie heeft. Indien er sprake is van een zeer effectief medicijn en de vraag ernaar hoog is, dan kan dat resulteren in enorm veel winst voor de farmaceut. De farmaceut kan immers veel geld vragen voor het medicijn, omdat het bedrijf niet hoeft te concurreren met andere farmaceuten en productiepartijen.

In de afgelopen vijf tot tien jaar is de discussie over dergelijke monopolies op medicijnen opgelaaid. Valt het ethisch te verantwoorden dat de toegang tot medicijnen in handen is van enkele grote bedrijven? Hieronder zullen enkele risico’s worden genoemd van monopolisten in de farmacie.

Sterfgevallen door gebrek aan geld

U bent wellicht bekend met het verhaal van Jayme, een baby met de zeldzame spierziekte SMA type 1. Het medicijn voor deze ziekte, Zolgensma, wordt geproduceerd door farmaceut Novartis, die 1,9 miljoen euro vraagt voor de eenmalige behandeling. Voor baby Jayme werd een crowdfundingsactie op touw gezet, waardoor hij uiteindelijk het medicijn toegediend kon krijgen in Hongarije. Dat betekent dat andere burgers hebben betaald voor zijn medicijn, terwijl de farmaceut daar een enorme hoeveelheid geld aan verdient. Elk jaar worden 15 tot 20 baby’s gediagnosticeerd met SMA type 1. Zonder behandeling worden zij vaak niet ouder dan 2 jaar.

Het hanteren van onnodig hoge bedragen gebeurt niet alleen bij medicijnen tegen zeldzame ziekten. Oncologisch onderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis constateerde dat de prijs van kankermedicijnen bijna vijftig keer zo hoog is door de inmenging van de farmaceutische industrie. Met andere woorden: als de ontwikkeling en productie van de medicijnen niet geprivatiseerd zouden zijn, dan zouden de medicijnen vele malen goedkoper aangeboden kunnen worden.

Een dergelijke uitspraak behoeft enige nuance. De hoge prijzen van medicijnen zijn deels te verklaren door de hoge ontwikkelings- en innovatiekosten door de farmaceut. Vooral bij medicijnen tegen zeldzame ziekten moet een farmaceut veel investeren, terwijl maar weinig mensen het medicijn zullen kopen. Daarnaast wordt er ook veel geld gestoken in medicijnen die uiteindelijk niet blijken te werken of niet (veilig) op de markt gebracht kunnen worden. Desondanks worden vele prijzen onnodig verhoogd en worden de medicijnen onevenredig duur gemaakt. Dat blijkt onder andere uit het voorbeeld in de inleiding van dit stuk, waarbij een medicijn niet veranderde en toch €13.954,- duurder werd.

Het monopolie van de farmaceutische bedrijven op bepaalde medicijnen leidt er dus toe dat deze farmaceuten geld kunnen verdienen door het lijden van andere mensen. De patiënten moeten noodgedwongen enorme bedragen uitgeven om hun eigen leven of dat van hun kind te redden of de kwaliteit van leven te verbeteren. Daar profiteren de farmaceuten van.

Toenemende ongelijkheid tussen het westen en ontwikkelingslanden

Ontwikkelingslanden hebben op twee belangrijke manieren te lijden onder de westerse monopolisten.

Ten eerste blijven de kennis en productie in ontwikkelingslanden enorm achter ten opzichte van het verder ontwikkelde westen. Monopolisten in de farmaceutische industrie patenteren hun medicijnen en dat zorgt ervoor dat de kennis over de ontwikkeling en productie van medicijnen niet wordt gedeeld met bedrijven in andere landen. Het gevolg daarvan is dat burgers in ontwikkelingslanden onvoldoende toegang hebben tot medicijnen uit het buitenland en deze zelf ook niet kunnen produceren. De volksgezondheid wordt daardoor negatief beïnvloed.

Ten tweede ligt de focus van de westerse monopolisten op het ontwikkelen van medicijnen tegen ziekten die vooral in het westen voorkomen. Het westen vormt de belangrijkste afzetmarkt, omdat deze overheden, ziekenhuizen en burgers veel meer kapitaal hebben om dure medicijnen aan te schaffen. Daarom wordt er relatief veel minder onderzoek gedaan naar ziekten die vooral in ontwikkelingslanden voorkomen. Van de 336 volledig nieuwe geneesmiddelen die tussen 2000 en 2011 op de markt kwamen, waren er slechts 4 gericht op ziekten in ontwikkelingslanden.

De farmaceuten zullen de medicijnen die zij wel (gedeeltelijk) produceren voor ontwikkelingslanden (zoals COVID-19-vaccins) voor hoge prijzen verkopen. Het gevolg daarvan is dat er een geldstroom plaatsvindt van de armere ontwikkelingslanden naar de rijke farmaceuten in het westen. Dit werkt de al bestaande ongelijkheid in de hand. De rijken worden rijker, de armen worden armer. Door het ontoegankelijk maken van de farmaceutische industrie voor de armen, zal deze ongelijke verdeling in stand worden gehouden.

COVID-19-vaccins: onvoldoende toegang

De distributie van de vaccins tegen COVID-19 is een treffend praktijkvoorbeeld van de ongelijkheid en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan. De farmaceuten die de vaccins ontwikkelen en produceren, zijn vrijwel allemaal gevestigd in het westen en maken grote winsten. Bovendien zijn de eerste ladingen van de geproduceerde vaccins vooral naar Europa en de Verenigde Staten gegaan. Hoewel de rijke, westerse landen ongeveer 16% van de wereldwijde populatie vertegenwoordigen, hebben ze in de eerste fase van het vaccinatieprogramma ruim 50% van de vaccins opgekocht. Daarmee wordt de toegang tot vaccins voor ontwikkelingslanden beperkt of zelfs ontzegd. Zij hebben simpelweg het geld niet om te kunnen betalen wat de westerse landen betalen voor de vaccins en blijven daarom achter. Voor ons in het westen ontzettend handig, want binnenkort kan iedereen hier gevaccineerd zijn en laten we het coronavirus voorgoed achter ons. Of niet?

Meerdere onderzoekers en wetenschappers wijzen op de risico’s van de ongelijke distributie van vaccins. Terwijl de westerse bevolking gevaccineerd wordt, krijgt het coronavirus in ontwikkelingslanden steeds meer ruimte om te muteren. Niet alleen zal dat resulteren in vele slachtoffers in de betreffende landen, maar het kan ook gebeuren dat de vaccins uiteindelijk niet meer blijken te werken tegen gemuteerde versies van het virus. In dat geval is ook het westen niet meer beschermd.

WHO: instellen van technologiepool

Hoe nu verder? De World Health Organization (WHO) stelt voor een COVID-19-technologiepool in te stellen, zodat kennis en intellectuele eigendomsrechten van nieuwe medicijnen, vaccins en tests voor het coronavirus kunnen worden gedeeld. Dit internationale plan wordt gesteund door de Nederlandse regering, de Europese Unie en het Britse parlement.

Voor de overige monopolies op andere medicijnen is voorlopig nog geen oplossing. Verschillende politieke partijen zetten zich in voor een rechtvaardigere distributie van medicijnen en eerlijkere prijzen voor medicijnen.

bronvermelding

Over de auteur

Gerelateerd

Geen artikelen