X
06okt

De risico’s van gaswinning in Groningen

In 1959 werd het Groningse gasveld ontdekt en sinds 1963 wordt er op grote schaal gas gepompt. Dat levert de Nederlandse Staat enorm veel geld op, maar sinds de start van aardbevingen in de regio Groningen wordt de gaswinning fel bekritiseerd. Op advies van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) werd vanwege de gevolgen voor de bevolking en de oplopende bevingsschade in 2015 besloten dat de gaswinning omlaag moest. Hoewel de winning steeds verder teruggeschroefd wordt, zullen de bevingen voor onbekende tijd doorgaan, totdat de grond weer gestabiliseerd is. Dit brengt serieuze risico’s met zich mee voor de Groningse bevolking en de Nederlandse economie.

Het ontstaan van aardbevingen in Groningen

Op ongeveer drie kilometer diepte bevindt zich het gas, in zandsteen. Het gas wordt omhoog gepompt, met als gevolg dat de druk op een bepaalde plek in de grond daalt. Op andere plekken in de grond, waar geen gas (meer) gewonnen wordt, is de druk hoger. Daarom stroomt het gas van de gebieden met hogere druk naar de gebieden met lagere druk. Dat wordt ook wel drukvereffening genoemd en veroorzaakt spanningen op breuken in de grond. Het proces van gaswinning kan daarom leiden tot aardbevingen in het omliggende gebied, in dit geval dus de regio Groningen.

In 2020 vonden er 69 bevingen plaats in Groningen, waarvan 16 een magnitude hadden groter dan 1,5 op de schaal van Richter.

De risico’s van de gaswinning voor de bebouwing en omgeving

Als gevolg van de aardbevingen in Groningen zijn vele gebouwen, zowel kantoorpanden, huizen als overige bebouwing, beschadigd geraakt. Zo zitten er scheuren in huizen en zijn rioleringen gebroken. In Appingedam werden verschillende woningen gesloopt, omdat deze huizen te onveilig waren bij mogelijke zware aardbevingen. Andere huizen zijn minder waard geworden door het aardbevingsrisico. Ook voor de omgeving zijn er risico’s, zoals het verloren gaan van gewassen en de degradatie van landbouwgrond.

Een veelgehoord kritiekpunt is de zeer trage afhandeling van de schadeclaims. In september 2020 waren er ruim 30.000 openstaande schademeldingen.

De risico’s van de gaswinning voor de bevolking

In 2019 sprak de SodM in een advies over de “maatschappelijke ontwrichting” in Groningen, waarbij de levens van een deel van de getroffen burgers worden overheerst door de problematiek omtrent gaswinning, aardbevingen en bevingsschade.

Veel burgers hebben langdurige schade aan hun woonruimte, door de vele niet-afgehandelde schademeldingen en lange wachttijden. Dit beïnvloedt hun dagelijks leven en mogelijk heeft de situatie ook een negatieve invloed op de veiligheidsbeleving.

Daarnaast leiden de aardbevingen tot stress en ervaart een deel van de bevolking in de nabije omgeving een invloed op de nachtrust. De Nationale ombudsman Reinier van Zutphen en de Kinderombudsman Margrite Kalverboer stellen dan ook dat het “fundament van vertrouwen” tussen de overheid en de Groningse burgers is geschaad.

De risico’s van de gaswinning voor de Nederlandse economie

De Nederlandse economie heeft flink te lijden onder (de afname van) de gaswinning en de (mogelijke) schade aan gebouwen. Er is sprake van zowel een afname van de inkomsten als een toename van de uitgaven.

Allereerst heeft de gaswinning in de afgelopen decennia enorm veel geld opgeleverd voor de Nederlandse schatkist. Door het terugschroeven van de gaswinning en het uiteindelijk volledig dichtdraaien van de gaskraan zullen deze inkomsten gedeeltelijk afnemen en daarna volledig verdwijnen. In de periode van 1960-2013 werd er ongeveer 265 miljard euro verdiend aan de gaswinning, aldus de Algemene Rekenkamer. Het gaat hier dus om een zeer groot bedrag en dit zal daarom zeker invloed hebben op de economie. Direct na het afschalen van de gaswinning kromp de Groningse economie in 2016 met 1,7 procent.

Ten tweede kost het verkleinen van de risico’s op aardbevingsschade de Nederlandse Staat zeer veel geld. Het kabinet neemt de Meijdam-norm als uitgangspunt: ieder persoon mag per jaar maximaal een kans van 1 op 100.000 hebben om bij een aardbeving te overlijden door het instorten van een gebouw, of afbrokkeling van onderdelen daarvan. Om aan deze norm te kunnen voldoen, moeten veel gebouwen in het aardbevingsgebied worden versterkt. Het ministerie van Binnenlandse Zaken was in 2020 bijna 300 miljoen euro kwijt aan het onderzoek naar eventuele versterkingen. Het is de bedoeling dat deze kosten gedeclareerd worden bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die verantwoordelijk is voor de aardbevingsschade, maar tot nu toe verloopt dit moeizaam. De NAM vindt de info op de facturen onvoldoende en is het niet eens met de methode om gebouwen te onderzoeken.

Ten derde kost de moeizame afwikkeling van al bestaande schade door de NAM de Nederlandse Staat geld. De NAM is in conflict met de overheid over welke schade wel en niet vergoed moeten worden door de NAM, omdat het bedrijf alleen de schade wil vergoeden die het directe gevolg is van de gaswinning. De overheid maakt dan ook hoge kosten bij het inhuren van schade-experts.

bronvermelding

Over de auteur

Gerelateerd

Geen artikelen