X
09dec

“Uit data kun je een concurrentievoordeel halen” – door Martijn Slot

Toch is data niets nieuws, stelt Houben. “Het creëren van inzichten uit data om de prestaties van je organisatie te verbeteren, is al zo oud als de weg naar Rome.” Om zijn uitspraak kracht bij te zetten, refereert hij aan Plan Do Check Act. “In het Nederlands heet het de kwaliteitscirkel van Deming. Het is een systeem dat is ontwikkeld door statisticus William Edward Deming en aan de hand van vier activiteiten verbeter je de kwaliteit in je organisatie.”

Concurrentievoordeel met data

Maar waarom zijn data, het gebruik van dashboards en data science, bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, nu dan actueler dan ooit? Houben: “Dat komt omdat je met resources die we vanuit de historie kennen het verschil niet meer maakt. Vakmanschap was iets waarmee je je nog kon onderscheiden, maar dat is niet meer zo. Iedereen snapt inmiddels ook wel hoe je finance goed managet en de organisatie goed organiseert. Wat er dan overblijft is data. Dat is nog een onontgonnen terrein. Daar kun je nog concurrentievoordeel uit halen. Bij alle andere resources is er sprake van een soort verzadiging. Daar haal je niet meer uit.”

Stel jezelf vragen

Ondanks dit mogelijke concurrentievoordeel vindt Houben niet dat iedere organisatie zomaar over moet stappen op het gebruik van data en datagedreven moet worden. “Een bedrijf dat koekjes maakt ziet hier mogelijk geen meerwaarde in. Maar de algemene opinie is toch wel dat je het als organisatie moet oppakken om links en rechts niet ingehaald te worden. Er is alleen geen one size fits all-aanpak.”

“Als verstandige organisatie en CFO vind ik dat je jezelf een aantal vragen moet stellen voordat je besluit data in te zetten en datagedreven te worden. Wat betekent het of gaat het betekenen voor mijn organisatie? Welke manier van data-implementatie past vervolgens bij mijn organisatie? De antwoorden op die vragen zijn voor elke organisatie anders. Doe fatsoenlijk onderzoek en bepaal vervolgens je strategie. Je kunt tot de conclusie komt dat je niet op alle treinen springt die langskomen. Er zijn allerlei IT-providers die gouden bergen beloven, maar ik geloof niet in al die verhalen. Het is belangrijk dat als je bijvoorbeeld besluit kunstmatige intelligentie in te zetten, dit bij je past en je het ook verinnerlijkt. Het moet aansluiten bij je bedrijfsvisie en strategie. Als het daar niet bij aansluit, hou dan maar op.”

Koppelen aan bedrijfsdoelstelling

Houben vindt het van cruciaal belang dat organisaties duidelijk voor ogen hebben om wat voor reden ze data willen inzetten. “Je moet het koppelen aan je bedrijfsdoelstelling. Het moet passen in je visie. Waar streef je naar? Wat is je strategische ambitie? Als het past binnen die ambitie, is mijn advies om een beeld te krijgen van het potentieel dat het gebruik van data met zich meebrengt. Alleen je moet ook niet te hard van stapel lopen. Het is niet een kwestie van een bepaald systeem kopen, deze aanzetten en je IT-afdeling een opdracht geven. Het heeft betrekking op alle haarvaten in je bedrijf. Je moet kijken naar de capabilities die er nog niet zijn en die er wel moeten komen. Die kweek je niet in een week tijd. Daar gaat een langere periode overheen. Er is dus wel degelijk een gedegen en lange termijnplan nodig om hierin volwassener te worden.”

Term IT deugt niet

Wat volgens Houben de implementatie van data in een organisatie kan belemmeren is als het uit gemakzucht bij de IT-afdeling wordt neergelegd. “Het vervelende aan IT is dat die term eigenlijk niet deugt. IT betekent informatietechnologie. De T van technologie klopt, maar de meeste IT-afdelingen zijn niet geïnteresseerd in de inhoudelijkheid van informatie. Zij zien het als een soort van commodity die door applicaties heen stroomt. Als de applicaties maar doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen, om het proces te ondersteunen of te administreren, dan zegt IT dat ze hun werk hebben gedaan. Of als resultaat daarvan de informatie wel of niet deugt: dat is hun probleem niet.”

 

IT is een belangrijke schakel, maar gaat volgens de spreker tijdens de collegereeks Data Driven Finance niet het hele proces implementeren. “Vanuit de businesskant moet er worden gemobiliseerd. Er zijn organisaties waar vanuit de business het belang van data in de board terecht komt en daar wordt een Chief Data Officer aangesteld. In zo’n geval heb je kans dat het gaat werken. Dan is er support vanuit de top van de organisatie. Data-eigenaarschap moet alleen wel in de business zitten. Het moet data als een asset koesteren. Dit kan het verschil maken tussen of je stappen kunt zetten of dat het blijft hangen in bijvoorbeeld een experimentele fase. Dan loop je de kans dat je de boot mist.” Cyriel Houben: “Financials zijn van oudsher degenen in een organisatie die het belang van data en informatie begrijpen”

Financials begrijpen het belang van data

Finance en vooral de CFO kunnen een belangrijke rol spelen in het worden van een datagedreven organisatie, vindt Houben. “Financials zijn van oudsher degenen in een organisatie die het belang van data en informatie begrijpen. Zij werken immers al eeuwen met data. Zij moeten zich verantwoorden en snappen dat het moet kloppen. De reflex dat het moet kloppen is een heel andere reflex die mensen doorgaans hebben richting IT, systemen of applicaties. Er wordt namelijk vaak gezegd dat als een applicatie werkt, het doet wat het moet doen. Maar dit hoeft dus niet altijd het geval te zijn.”

Een CFO heeft het gewicht om het idee van een datagedreven organisatie aan te jagen in de boardroom, maar hij of zij kan het niet alleen. Houben: “Als ik CFO was, zou ik op zoek gaan naar een partner in de business en samen de kar trekken. De CFO is van waarde in financiële zin en je partner weet van de hoed en de rand in de business. Je hebt op die manier meer kracht dan wanneer iemand vanuit de business met een idee komt en zijn hand ophoudt bij finance om wat geld te vragen.”

Ga de samenwerking aan

Houben vindt het heel belangrijk dat de board en de business de samenwerking met elkaar aangaan. “Goede initiatieven vanuit de business, die passen bij een actueel thema in de organisatie, zijn heel belangrijk. Alleen het is wel belangrijk dat er een soort van sponsor in de board zit om het initiatief te steunen. Anders wordt het verdraaid lastig om een plan er doorheen te krijgen en loop je als ware op tegen een glazen plafond. Omgekeerd werkt het ook zo. Als het alleen een idee van de board is, dan wordt het een powerpoint met een datastrategie, waarvoor de rest van de organisatie de schouders ophaalt.”

Het is te doen

Het hoeft voor organisaties niet moeilijk te zijn om mogelijk te overstap te maken naar data, vindt Houben. “Het is echt wel te doen. Je hoeft niet massief te investeren om te beginnen. Je kunt best klein beginnen. Waarschijnlijk zijn de verschillende capabilities in je organisatie ten dele wel aanwezig. Alleen je moet even het juiste lampje aanzetten om ze te ontdekken en die te mobiliseren. Laat je ook niet gek maken door verkopers die je allerlei systemen willen aansmeren en andere valse profeten. Haal misschien een beetje van buiten naar binnen en je zult zien dat je al ver kunt komen. Zo moeilijk is het echt niet. Data science is niet eenvoudige wiskunde, maar als je data science helemaal in stukjes uit elkaar haalt, blijken de samengestelde elementen allemaal eenvoudige wiskunde te bevatten. Het is alleen vernuftig geassembleerd, maar computers kunnen het zo snel verwerken dat het lijkt alsof er wordt getoverd.”

bronvermelding

Over de auteur

Gerelateerd

Geen artikelen