X
14dec

HET RISICO BIJ HET HALEN VAN SDG’S

Ronald van Tol MMC |14 dec, 2021 | Studiegroepen | Bekeken (267) | TERUG|

In de wereld wordt door weinig mensen te veel geconsumeerd. Terwijl een deel van de wereld sterft van de honger, sterft een ander deel aan overgewicht. Deze paradox is archetypisch voor de 17 SDG’s, sustainable development goals. In essentie is dit ook wat Kate Raworth beweert in haar voorstelling van de donut economie, het ernstige probleem van de verdeling van welvaart en het ongelimiteerd exploiteren van de schatten der aarde.

 

Donuteconomie

Raworth vergelijkt wat de wereld te bieden heeft aan grondstoffen en wat wij daarvan consumeren. Zij vergelijkt ook wat wij consumeren met de verdeling van die consumptie over de wereldbevolking. en komt uit op een ernstig scheve verdeling. In toenemende mate wordt door een relatief kleine groep meer geconsumeerd en ervaart een relatief grote groep tekorten. En dan gaat het niet alleen over voeding, maar ook over veiligheid, gelijkheid, een dak boven je hoofd en onderwijs, naast de gevolgen van de klimaatverandering. Bovendien is die relatief kleine groep die geen tekorten ervaart in staat om de jaarlijkse productie van de aarde al voor eind juli te hebben geconsumeerd. Earth overshoot day viel dit jaar op 29 juli (https://www.overshootday.org/).

 

SDG’s

De Verenigde Naties heeft hiertoe de Sustainable Development Goals geformuleerd: SDG’s. Het zijn er 17, variërend van armoede de wereld uit tot klimaatactie, van bescherming van het leven in water tot zoet water voor iedereen, van gelijkheid tot eerlijk werk enzovoorts. Zie voor meer detail https://www.sdgnederland.nl/. Om die doelen te halen zijn de Verenigde Naties zelf initiatieven gestart. Eén daarvan is het Global Reporting Initiative (https://www.globalreporting.org), een programma waarin richtlijnen, wetteksten, filosofie en tools ontwikkeld worden die leiden tot het rapporteren Hoe een onderneming waarde creëert. Dit onder het motto: Als je het meet, ga je het managen.

 

2023

Dit rapporteren komt erop neer dat grote organisaties[1], profit of non profit, jaarlijks hun stakeholders moeten informeren over parameters die van invloed kunnen zijn op die SDG’s. Hoe dat precies moet plaats vinden is nog niet duidelijk en in de komende jaren zullen oplossingen zich aandienen. Echter een vorm van rapportage is in het jaar 2023 al verplicht voor grote ondernemingen. Voor voorbeelden, zie De kristalprijs uitgereikt door NBA, https://www.nba.nl/.

 

Waardecreatie en vernietiging

Kenmerkend voor de rapportage is het begrip waarde creatie. Bedrijven rapporteren over de wijze waarop zij waarde creëren en ook waarde behouden en vernietigen. Dat is een andere opvatting dan tot op heden gebruikt wordt in management literatuur. Waarde creatie geeft dan meer aan wat de functie van een onderneming is. Nu gaat het erom om te laten zien hoe je met iets van waarde (voor alle bewoners van deze planeet) omgaat.

 

6 kapitalen

Het Global Reporting Initiative (GRI) gaat ervan uit dat er zes domeinen zijn waar je waarde kunt creëren, behouden en vernietigen: Naast de gebruikelijke financien en productie, die al in de jaarrekening staan zijn dat intellectueel kapitaal (R&D en octrooien bijvoorbeeld), menselijk kapitaal (ervaring, beloning), netwerk (klanten, leveranciers, omwonenden) en grondstoffen (onttrekking, vervuiling, teruggave). GRI noemt dit 6 kapitalen. Het rapporteren over al deze onderwerpen is een grote opgave. Van veel onderwerpen is geen boekhouding, noch een model, waarin de relatie is vastgelegd tussen produceren en het veranderen van waarde.

 

Waardeketen

Daar kun je aan toevoegen dat informatie, waarover je moet rapporteren soms niet in de organisatie zelf voor handen is, maar bij klanten of leveranciers. Een goed voorbeeld is de informatie over arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie of de herkomst van dierlijk dan wel plantaardig voedsel. Uitwisseling van informatie en het maken van afspraken over die uitwisseling wordt belangrijk. Hiermee wordt een belangrijk principe duidelijk: het gaat niet zozeer om de bedrijven zelf, maar het ketenperspectief is leidend. Op zich is dat logisch omdat het eindproduct geconsumeerd wordt en de vraag naar dat eindproduct is bepalend. Wat nieuw is, is dat je op deze wijze op de hoogte raakt van hetgeen je voorganger in de keten heeft geproduceerd. Welke waarde deze heeft gecreëerd, behouden en vernietigd.

 

En ofschoon de rapportage verplicht is voor grote ondernemingen is, ontkom je er als mkb bedrijf niet aan ook te rapporteren over het gebruik van de 6 kapitalen. Waarschijnlijk in mindere mate, maar toch zal je je informatie voorziening zo op orde moeten hebben dat je die gegevens kan leveren, ook al moet je ze zelf weer ophalen bij je leverancier.

 

Betrouwbare informatie

Nog belangrijker dan het kunnen beschikken over informatie van een leverancier is de vraag of de geleverde informatie betrouwbaar is. Hoe kan zeker gesteld worden dat de aangeleverde informatie dat weergeeft wat het moet weergeven. In een aantal gevallen zal een rapportage met voldoende verificatie adequaat zijn, maar in een aantal gevallen zal de verificatiemogelijkheid ontbreken of onmogelijk om te geven zijn. Daarmee loop je als onderneming een risico op het verstrekken van de verkeerde informatie, die je door je leverancier is aangereikt. Jij bent zelf verantwoordelijk voor de door jou verstrekte informatie.

 

Materialiteit

Een ander punt is dat je het risico op de onvolledigheid loopt. In de komende jaren zal dit risico afnemen, wanneer er meer modellen en checklists verschijnen, maar in het begin is dit zeker aan de orde. Het GRI stelt de eis van de materialiteit. We kennen dit begrip in de accountancy. Het komt er in het kort op neer dat iets materieel is wanneer het betrokken bedrag van een bepaalde grootte is. Hier geldt materialiteit meer als proces: Als we te maken hebben met een proces dat significant is voor de te leveren diensten en producten, moet erover worden gerapporteerd.

 

Met die materialiteit is het niet toegelaten om als organisatie een keuze te maken uit de SDG’s en daar een bijdrage aan te leveren. Een praktijk die je nu wel tegenkomt in jaarverslagen. Op deze wijze kun je de olifant in de kamer vermijden: niet rapporteren over het fenomeen waarmee je de grootste wissel op de maatschappij trekt.

 

Belang risicomanager

Voor risicomanagers is deze ontwikkeling belangrijk. In de eerste plaats al omdat er veel meer informatie ter beschikking gaat komen. De gamechanger is dat er informatie komt uit nieuwe perspectieven. Management informatie is nu vooral gericht op de uitkomst van processen met het oog op een goedlopende productie. Zijn de goederen geproduceerd en zijn die goederen van voldoende kwaliteit? In de nieuwe situatie moet niet alleen hierover worden gerapporteerd, maar ook over het gebruik van grondstoffen bijvoorbeeld, de toename van ervaring, de arbeidsomstandigheden, of en hoe er gebruik gemaakt is van intellectueel eigendom et cetera.

 

Ga je het meten dan ga je het managen en managen is voor een deel gericht op het reduceren van risico’s. Met de verbreding van de domeinen waarover gerapporteerd moet worden neemt het werk van de risicomanager toe. Deels door meer informatie en deels doordat deze informatie moet worden geïntegreerd.

 

Verbeterplan en zijn voortgang

In de tweede plaats: de rapportages zijn niet zonder verplichting. Het moet niet verwacht worden dat er een norm wordt gesteld aan bepaalde parameters, als een x hoeveelheid uitstoot CO2.. Voor elke branche ligt dat anders en voor elke deelnemer in die branche ook. Je zou in feite elke onderneming moeten gaan beoordelen en dat lijkt ondoenlijk. Wat wel verwacht wordt is dat gestreefd gaat worden naar reductie van het gebruik of verbruik van de aarde en slechte arbeidsomstandigheden. Met andere woorden een (grote) onderneming moet een plan maken en laten zien wat de voortgang in zijn reductie. Die reductie is niet zonder risico’s en daarom al een onderwerp voor de risico-manager. Net zo goed als er andere disciplines bij betrokken zullen zijn en er in de onderneming een breed vraagstuk ontstaat.

 

GvRM

Omdat integraal rapporteren een onderwerp voor risico-managers is hebben wij als genootschap een studiegroep IIRC ingesteld. In deze groep wordt nagedacht over de gevolgen van integraal rapporteren voor de functie en het beroep van de risico manager. We doen dit door bijvoorbeeld een aanpak voor rapporteren voor risicomanagers te definiëren.

 

In deze groep nemen de volgende leden deel: Rykele Betten, Erik van Duijnen, Ad Faasse, Harrie Jansen, Herman Klein Velderman, Bert Oostdam, Awinaash Ramadin, Frank Sanders, René Scheerman en Ronald van Tol.

 

[1] meer dan € 40 mln omzet, 250 mensen, € 20 mln balanstotaal, 2 van de 3 criteria is voldoende om als groot te gelden.

Over de auteur

Ronald  van Tol MMC

Ronald van Tol MMC

Ronald is organisatie adviseur en interim manager, Financieel, IT en organisatiekunde, gespecialiseerd in integraal rapporteren.

Gerelateerd

Geen artikelen